
ActionScript is een objectgeoriënteerde programmeertaal, ontwikkeld door Adobe Flash en Adobe Flex. Met ActionScript interactieve filmpjes, animaties, spelletjes en geavanceerde toepassingen ontwikkeld worden.
AJAX staat voor Asynchronous JavaScript And XML. Met AJAX is het mogelijk om webapplicaties te ontwikkelen. In tegenstelling tot traditionele websites is het met AJAX technologie mogelijk om 'onder water' requests naar de webserver te sturen en het resultaat hiervan uit te lezen.
Een algoritme is een (ingewikkelde) wiskundige functie. Google gebruikt bijvoorbeeld een algoritme om websites te waarderen. Dit algoritme heet Pagerank. Naar aanleiding van deze waardering krijgt u een positie in Google voor bepaalde keywords.
API staat voor Application Programming Interface. Een API geeft aan hoe een bepaalde programmeercode gebruikt kan worden. API's worden veelvuldig gebruik in Web 2.0 toepassingen voor het met elkaar verbinden van verschillende diensten.
ASP staat voor Active Server Pages. Dit is een door Microsoft ontwikkelde programmeertaal en een directe concurrent van PHP. Zowel ASP als PHP code wordt uitgevoerd aan de server zijde.
AVI staat voor Audio Video Interleave. AVI is een zeer populaire bestandsindeling voor videos, in 1992 geintroduceerd door Microsoft.
Backbone: Een backbone fungeert als ruggegraat voor een netwerk. Het internet heeft meerdere supersnelle netwerken die het merendeel van het gegevenstransport verwerken, de backbone.
Bandbreedte: Bandbreedte (Engels: bandwidth) is het frequentiebereik van een verbinding. Hoe groter de bandbreedte, hoe meer informatie er over de verbinding vervoerd kan worden.
BitTorrent: BitTorrent is een peer-to-peer dienst waarmee er eenvoudig bestanden uitgewisseld kunnen worden zonder dat deze centraal opgeslagen zijn.
Breadcrumbs: Breadcrumbs, ook wel kruimelpad genoemd, is een verwijzing naar het sprookje van Hans en Grietje. Daarin worden broodkruimels achtergelaten om aan te geven waar zij geweest waren. Zo ook op het internet, alleen dan in digitale vorm. Deze breadcrumbs geven de locatie van de pagina hiërarchisch weer. Op deze manier is het ten alle tijde duidelijk voor een gebruiker waar hij of zij zich bevindt en kan de gebruiker tevens makkelijk naar een hoger niveau navigeren.
Broncode: Broncode, ook wel "bron", "source" of "sourcecode" genoemd, is de programmeercode van software. Broncode is altijd geschreven in een of meerdere programmeertalen. Websites kunnen bijvoorbeeld geprogrammeerd worden in HTML, JavaScript, CSS en PHP.
Browser: Een browser (ook webbrowser of webclient) is een applicatie waarmee webpagina's kunnen worden bekeken. Voorbeelden van bekende browser zijn Microsoft Internet Explorer en Mozilla Firefox.
Bug: Een bug is een fout in de software code van een product of dienst waardoor deze niet functioneert zoals bedoeld.
C is een populaire, objectgeoriënteerde programmeertaal. De syntax van C wordt als basis voor de programmeertalen C++ en C sharp gebruikt.
C sharp (C#) is een door Microsoft ontwikkelde objectgeoriënteerde programmeertaal die de syntax van de programmeertaal C++ volgt en eveneens voort borduurt op elementen uit Java en Delphi.
C++ (ook wel cpp) is, net zoals Java, een objectgeoriënteerde programmeertaal. Java beschikt standaard over meer classes dan C++.
Caching dient ter versnelling van een proces. Een cache is een tijdelijke opslag van gegevens. Uw browser cached ook websites op uw hardeschijf zodat deze de volgende keer als u naar die website toegaat sneller zal laden. Soms kan het daardoor voorkomen dat wijzigingen in die pagina niet direct worden weergegeven, maar dat u de pagina moet vernieuwen.
CSS staat voor Cascading Style Sheet. Dit is een opmaaktaal waarmee HTML pagina's worden opgemaakt. Hiermee wordt een duidelijke scheiding gemaakt tussen codering en lay-out. Een van de grote voordelen is dat uw HTML code 'schoon' blijft omdat alle opmaak code in een aparte stylesheet is opgenomen. Daarnaast is CSS zeer zoekmachine vriendelijk en kunt u uw opmaak op honderden pagina's tegelijkertijd aanpassen door simpelweg het stylesheet aan te passen.
Een client is een computer die diensten afneemt van een server via een protocol. Ook kan het een bepaald programma aanduiden, zoals de e-mailclient Thunderbird.
Bij cloaking wordt er een andere pagina getoond aan de bezoeker dan aan de crawlers van de zoekmachines. Cloaking valt onder BlackHat SEO en is een valide reden voor zoekmachines om een website uit de zoekresultaten te verwijderen.
Coldfusion is een tag gebaseerde taal, momenteel eigendom van Adobe, welke wordt gebruikt voor het ontwikkelen van internet applicaties.
Een Content Management Systeem (CMS) wordt gebruikt voor het onderhouden van een website voor mensen die geen of weinig kennis van HTML hebben. Vaak is het niet mogelijk om in een CMS de vormgeving of de programmeercode aan te passen.
Cookies zijn kleine tekst bestandjes waarin informatie over een bezoeker lokaal op het systeem opgeslagen worden. Hierin kunnen voorkeuren, maar ook gebruikersnaam en wachtwoord in worden opgeslagen. Het opslaan van persoonlijke gegevens wordt afgeraden omdat cookies onveilig zijn en gemakkelijk verwijderd kunnen worden. Het is verstandiger om gegevens in een database op te slaan en hiernaar te verwijzen in een cookie.
Crawlen (ook wel spideren genoemand) is het doorploegen en indexeren van vaak grote hoeveelheden websites. Zoekmachine bouwen hun index op door het internet te crawlen op zoek naar nieuwe websites, wijzigingen op websites en het verdwijnen van websites.
Een crawler, ook wel zoekrobot of spider genoemd, is een server met speciale software waarmee deze het internet zelfstandig afzoekt naar informatie. Informatie op websites wordt verzameld, en links naar andere pagina's worden gevolgd. Vervolgens geven crawlers alle informatie door aan datacenters van de zoekmachine die vervolgens de informatie waarderen en opneemt in een index. Dit proces wordt crawlen of spideren genoemd.
Creative Commons is een in de VS gestart project voor het bevorderen van open inhoud. Bij Creative Commons verleent de eigenaar van auteursrechtelijk beschermde materiaal een licentie aan derden om onder bepaalde voorwaarden zijn werk te gebruiken.
Een database is een verzameling data die logisch geordend zijn. Een database is vaak gekoppeld aan een programma of een website. Het gebruik van een database is veel sneller dan het gebruik van bestanden voor het opslaan en lezen van informatie.
Dedicated hosting is het hosten van een website op een dedicated server, een server die enkel gebruikt wordt voor het hosten van de website en geen andere websites host (in tegenstelling tot Shared Hosting).
DHTML staat voor Dynamic HTML. Dynamic HTML maakt het mogelijk om HTML elementen dynamisch te maken om ze bijvoorbeeld te verplaatsen. Web 2.0 applicaties maken hier veelvuldig gebruik van.
Een directory kan grofweg twee dingen betekenen:
1) Een map/folder.
2) Een verzameling aan websites waar doorheen gezocht kan worden.
Vaak is het mogelijk om een website aan te melden voor een "online directory". De auteur zal vervolgens op basis van relevantie uw website beoordelen en opnemen in zijn of haar directory.
DIV staat voor division. Vrij vertaald betekent het deel. DIVs kunnen gebruikt worden om de structuur van een website vast te leggen. Voorheen werd er vaak gebruik gemaakt van tabellen voor het definiëren van de structuur van een website maar uit SEO oogpunt is het beter (en ook netter) om hier DIVs voor te gebruiken. Tabellen moeten slechts voor het ordenen van informatie gebruikt worden.
DivX is een standaard om videobestanden op te slaan door middel van compressie algoritmen.
Dode links zijn links die naar een website (pagina) verwijzen die niet meer bestaat.
E-commerce is het bedrijven van handel elektronisch, online. Het is een verzamelnaam voor alle mogelijke manieren om elektronisch zaken te doen.
E-mail marketing is het bedrijven van marketing door e-mails te verzenden. Een voorbeeld van een bedrijf dat zich specialiseert in e-mail marketing is E-mark.
Een easter egg is een verborgen boodschap of grap in een computerprogramma, video, website of afbeelding.
Een editor is een tekstverwerkingsprogramma, zoals bijvoorbeeld Notepad++. In de web scène wordt de term editor vaak gebruikt om code zoals HTML, PHP en CSS te schrijven en te onderhouden.
Encryptie is het versleutelen van bestanden of transacties zodat derden de beveiligde data niet kunnen inzien of wijzigen.
Een extranet is een intranet waar meerdere bedrijven met elkaar via een netwerk verbonden zijn. Bijvoorbeeld: bedrijf x heeft een intranet. Wanneer bedrijf x samen met bedrijf y een intranet opzet is het geen intranet meer maar een extranet.
Eyetracking is het meten van oogbewegingen wanneer iemand over een website surft. De verworven kennis wordt gebruikt om de gebruikersvriendelijkheid van websites te verbeteren.
Het File Transfer Protocol (FTP) wordt gebruik voor bestandsoverdrachten. Door middel van een FTP client upload u uw bestanden naar de FTP server.
Een firewall is een software of hardware oplossing die ongewenste netwerk verbindingen blokkeert.
Flash is een product van Adobe waarmee het mogelijk is om animaties te maken en animaties en videos af te spelen.
Flash Video (FLV) is een videoformaat in Adobe Flash. Dit formaat wordt tegenwoordig op zeer veel websites gebruikt, waaronder onder andere Youtube en Dumpert.
Met een footer wordt bedoeld: het onderste gedeelte van een pagina.
Door middel van het gebruik van frames kan een pagina opgedeeld worden in verschillende stukken. Bijvoorbeeld: 1 frame voor de navigatie, een andere voor de pagina content en een derde frame voor de header. Het gebruik van frames is achterhaald en zoekmachines kunnen ook niet goed omgaan met frames. Een van de belangrijkste problemen die zij met frames hebben is dat zij afzonderlijke delen van een pagina indexeren, bijvoorbeeld alleen de header. Dit levert vervolgens tot rare zoekresultaten in de zoekmachines.
GPRS staat voor General Packet Radio Service. Dit is een vorm van mobiele datacommunicatie voor mobiele telefoons. De snelheid van GPRS is vergelijkbaar met die van een 56k6 inbelverbinding. GPRS is langzamer dan UMTS en HSDPA.
Een Graphical User Interface wordt in de volksmond ook wel gewoon User Interface (UI) genoemd. Hiermee wordt bedoeld de gebruikersinterface, het scherm met alle functionaliteiten die de gebruiker kan gebruiken. Een alternatief op deze term is WUI (Web User Interface), de gebruikersinterface van een webapplicatie.
GIF staat voor Graphics Interchange Format. GIF is een bestandsformaat dat voorheen veel gebruikt werd voor kleine illustraties en bewegende beelden (Animated GIF). Tegenwoordig is GIF vervangen door PNG (voor stilstaande beelden) en Flash. Voor foto's wordt vaak het JPEG formaat gebruikt.
Hacken is het inbreken in computers of computernetwerken door middel van het omzeilen van beveiligingsmaatregelen.
Met een header wordt bedoeld: het bovenste gedeelte van een pagina.
Hits betekent het aantal keer dat een bestand is opgevraagd bij een webserver. Hier vallen dus niet alleen pagina's onder, maar ook bijvoorbeeld plaatjes. Het aantal hits zal vaak dan ook veel hoger zijn dan het aantal pageviews.
Een homepage is de startpagina van een website. Tevens wordt de term "Homepage" vaak gebruikt om een website aan te duiden.
HSDPA staat voor High Speed Downlink Packet Access. HSDPA is een mobiele vorm van datacommunicatie die veel sneller is dan GPRS en UMTS. Momenteel biedt
HTML staat voor Hyper Text Markup Language. HTML is de opmaaktaal waar vrijwel alle webpagina's uit zijn opgebouwd.HTML
De term index wordt veelal voor twee dingen gebruikt:
1) Een index is een database van een zoekmachine waarin alle inhoud van alle webpagina's die door deze zoekmachine gecrawled zijn is opgeslagen.
2) De home pagina van een website.
Een interface is een koppeling tussen twee verschillende systemen waardoor deze kunnen communiceren.
Internet Explorer (IE) is de standaard browser die meegeleverd wordt met de Microsoft Windows pakketten. Hierdoor is het tevens de meest gebruikte browser. Op dit moment zijn IE 6 en IE 7 de meest gebruikte versies. Een alternatief voor Internet Explorer is het alom gewaardeerde Mozilla Firefox.
Een intranet website is een website die slechts toegankelijk is voor een selecte groep mensen. Bedrijven maken vaak gebruik van een intranet om bedrijfsinformatie te delen met de medewerkers.
IP staat voor Internet Protocol. Het internet protocol is de basis van het internet. Dit protocol wordt gebruikt voor het op de plaats van bestemming afleveren van gegevens.
Een IP (Internet Protocol) adres is een (uniek) netwerk adres waarmee een computer (of netwerk) geïdentificeerd kan worden.
Java is een objectgeoriënteerde programmeertaal ontwikkeld door Sun Microsystems.
Een Java-applet is een in Java geschreven applet dat in een webbrowser kan draaien. Een voorbeeld hiervan is de tool die Hyves gebruikt voor het uploaden van meerdere foto's.
JavaScript is een programmeertaal die veel gebruikt wordt voor webapplicaties. JavaScript wordt veel gebruikt om websites interactief te maken. Zie ook AJAX.
JPEG staat voor Joint Photographic Experts Group. JPEG is een bestandsindeling voor afbeeldingen, welke meestal gebruikt wordt voor foto's.
Lifestream is een plugin voor Wordpress waarmee iemand zijn/haar reilen en zeilen op internet kan publiceren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan tweets en bookmarks die zijn toegevoegd op del.icio.us.
Managed hosting is het hosten van een website op een dedicated webserver die volledig beheerd wordt door een hosting provider.
De Meta Description Tag beschrijft een pagina in beknopte, natuurlijke tekst. Zoekmachines gebruiken deze teksten voor het weergeven van zoekresultaten.
De Meta Keyword Tag is bedoeld voor het opnemen van relevante keywords voor een pagina. Google hecht maar weinig waarde aan deze tag omdat deze in het verleden veel misbruikt is. Andere zoekmachines gebruiken de keyword meta tag wel.
Met de Meta Robots Tag kunnen instructies aan een crawler (ook wel zoekrobot genoemd) worden gegeven welke pagina's niet te indexeren en welke links niet te volgen. Deze instructies zijn richtlijnen en kunnen genegeerd worden.
Meta tags zijn speciale elementen van een webpagina die informatie over de pagina bevatten (meta informatie). Voorbeelden zijn Meta Keywords Tag, Meta Description Tag en Meta Robots Tag.
Mozilla Firefox is een browser. FireFox is een serieuze concurrent van Microsofts Internet Explorer.
MP3 (afkorting voor MPEG-1 Layer 3) is een manier om geluid te comprimeren.
MPEG staat voor Moving Pictures Experts Group. MPEG is een dataformaat voor het comprimeren van video's waarbij er gegevensverlies (verlaging van kwaliteit) kan optreden.
Open Source beschrijft een manier van werken waarbij er tijdens de ontwikkeling en het gebruik vrije toegang is tot de broncode van een softwareproduct. Open Source Software (OSS) wordt vaak door een community van mensen geschreven.
Opera is een browser dat op een zeer divers aantal platformen beschikbaar is. Vergeleken met FireFox en Internet Explorer is Opera maar een kleine speler maar beschikt over een groep zeer loyale aanhangers.
P2P staat voor peer-to-peer. Dit houdt in dat computers onderling een twee-weg verbinding maken. Een voorbeeld hiervan is de software BitTorrent waarbij bestanden uitgewisseld kunnen worden zonder dat er een duidelijke server en client aan te wijzen is.
Perl is een programmeertaal die enkele andere programmeertalen zoals die van Unix-shell en C combineerd. In de jaren 90 was Perl een van de meest gebruikte talen voor webapplicaties. Omdat er zo verschrikkelijk veel mogelijkheden zijn met Perl wordt Perl ook wel The Swiss army knife of programming languages genoemd.
De term PHP, een recursief acroniem, staat sinds versie 3.0 voor: Hypertext Preprocessor. PHP is een zeer populaire serverside programmeertaal voor het web vanwege haar eenvoud. PHP is de grootste concurrent van Microsoft haar web programmeertaal ASP.
Een plugin is vaak een software aanvulling voor een bestaand product. Zo zijn er bijvoorbeeld legio plugins voor Wordpress. Wordpress zelf is al een zeer volledig pakket, maar men gebruikt vaak plugins om de functionaliteit verder uit te breiden.
Een programmeertaal kan gezien worden als een medium om aan een computer instructies uit te leggen. Veel voorkomende programmeertalen zijn bijvoorbeeld PHP, ASP.NET, Java, Javascript en C++
Een protocol is een set aan regels en afspraken met betrekking tot representatie van data, signalering, foutdetectie en authenticatie wat nodig is voor het verzenden van data over een communicatiemedium.
Letterlijk is een query een vraag. De term query verwijst vaak naar de inhoud van een zoekopdracht in een zoekmachine (datgene dat gezocht wordt) of een actie op een database.
Quicktime is bestandsformaat om video en audio op te slaan.
Een referrer is locatie waar iemand vandaan komt. Bijvoorbeeld: u heeft een website met een link naar NU.nl daarop. Een bezoeker klikt op die link. Dan bent u de referrer.
Een requirements specification beschrijft alle functionele en non-functionele eigenschappen van een systeem. Het functioneel-ontwerp is onderdeel van de requirements specification.
Een ROBOTS.TXT wordt in de root van een website directory neergezet. Zo'n bestand is opgebouwd met een specifieke syntax bedoeld voor crawlers. Hierdoor kan er aangegeven worden welke bestanden en of mappen niet opgenomen mogen worden in de index. De inhoud van ROBOTS.TXT zijn richtlijnen en hoeven niet gevolgd te worden.
Root kan twee dingen betekenen in de web wereld:
1) De map die als basis voor iets geldt, bijvoorbeeld voor een website. De index staat meestal in die map.
2) De gebruikersnaam voor de administrator, deze wordt vaak aangeduid als root.
RSS feeds zijn XML feeds van informatie die door andere gebruikers of programma's eenvoudig gebruikt kunnen worden. Een website zoals Nu.nl heeft RSS logo's op de website staan. Hiermee geven ze aan dat ze RSS feeds aanbieden. Een voorbeeld van een RSS feed is "algemeen nieuws". Met een RSS reader kunt u zo op eenvoudige wijze op de hoogte blijven van nieuwe artikelen op Nu.nl zonder dat je naar de website toe hoeft te surfen.
Ruby is een objectgeoriënteerde programmeertaal die vaak vergeleken wordt met Python en Perl. Het gebruik van Ruby groeide sterk nadat het op Ruby gebaseerde ontwikkelplatform Ruby on Rails werd vrijgegeven en door veel ontwikkelaars gebruikt werd voor het bouwen van webapplicaties.
Ruby on Rails, RoR of Rails afgekort, is een open-source web applicatie framework, ontwikkeld in Ruby. Ruby on Rails is erg geschikt voor snelle, korte projecten. Het is mogelijk om te meta-programmeren in Ruby on Rails. Het resultaat hiervan is dat de programmeercode vaak eenvoudig te begrijpen en lezen is.
SERP staat voor Search Engine Result Page. De resultatenpagina van een zoekmachine voor een bepaalde query.
Een server is een computersysteem dat diensten verleent aan clients. Het internet bestaat voornamelijk uit web- en mailservers: computers die websites hosten en e-mail versturen voor hun gebruikers.
Servers leveren een dienst. Om een betrouwbare dienst te leveren worden veel servers gemonitored op bereikbaarheid en snelheid. Een voorbeeld van een monitoringdienst is ServerFloor.
SLA staat voor Service Level Agreement. Een SLA is een service contract, hierin worden rechten en plichten van beide partijen omschreven. Service Level Agreements zijn vaak onderdeel van contracten bij het leveren van IT diensten.
Shared Hosting is het hosten van meerdere websites op een server. Dit is het tegenovergestelde van dedicated hosting waarbij een server slechts een website draait. Shared Hosting is kostenefficiënt voor kleine websites maar levert problemen op bij grote bezoekvolumes.
Sharepoint is een afkorting voor een tweetal Microsoft producten: Microsoft Office Sharepoint Server (MOSS) en Windows Sharepoint Services (WSS). WSS is een uitgeklede versie van MOSS. Met beide kan een intranet of extranet gebouwd worden waarop gebruikers kunnen samenwerken door middel van het delen van bestanden, bijhouden van actielijsten en het voeren van discussies. MOSS 2007 biedt tevens integratie met Office producten zoals Word, Excel, Powerpoint en Outlook.
SIDN staat voor Stichting Internet Domeinregistratie Nederland. SIDN geeft NL domeinen uit. NL domeinen kunnen alleen worden aangevraagd via een lid van de SIDN. Dit zijn vaak hosting providers.
Silverlight is het antwoord van Microsoft op Adobe's Flash. Net zoals Flash is het primair bekend van het afspelen van animaties, video en audio in een browser.
Een sitemap geeft op eenvoudige wijze de paginastructuur van een website weer. Dit is handig voor gebruikers, maar tevens ook voor zoekmachines. Het is belangrijk dat alle pagina's op een website gevonden kunnen worden. Door middel van een sitemap is dat gegarandeerd.
Een TLD is de extensie die achter een domein staat. Bijvoorbeeld: www.weboracle.nl. Hier is het TLD NL. Er is onderscheid tussen verschillende TLDs. Zo heb je de ccTLDs (Country Code TLDs voor landen), maar ook generieke TLDs zoals COM (commercieel), ORG (organisatie), GOV (government) en EDU (education).
UMTS staat voor Universal Mobile Telecommunications System. UMTS is de opvolger van GPRS, tevens een vorm van mobiele datacommunicatie. Met UMTS kunnen snelheden tot 384 kbps behaald worden. UMTS is sneller dan GPRS, maar een stuk langzamer dan HSDPA.
Een Universal Resource Locator (URL) is het volledige webadres van een pagina.
Video On Demand is de techniek die gebruikers in staat stelt om op het moment dat zij het willen films te kijken. Deze worden dan live gestreamed naar hun scherm. Vaak heeft Video On Demand het Pay Per Click (PPC) betaalmodel.
W3C staat voor World Wide Web Consortium. Dit is een internationale organisatie die standaarden en regels voor het World Wide Web (WWW) bepaalt.
Met het tijdperk Web 1.0 wordt bedoeld: het begin van het WWW met eenvoudige websites die voornamelijk werden voorzien van content door de eigenaar.
Web 2.0 is een revolutie in het gebruik van het World Wide Web. In tegenstelling tot Web 1.0 wordt op Web 2.0 websites gebruikt gemaakt van bijdragen van leden en bezoekers, de zogenaamde User Generated Content. De term Web 2.0 is in het leven geroepen door Tim O'Reilly.
In de website scène wordt er onder webdevelopment verstaan: het technische gedeelte van het webdesign traject: het technisch realiseren van de website. Onder andere programmeren valt hieronder.
Webmail is een webbased versie van een email client. Hotmail is bijvoorbeeld ook Webmail, omdat de email op het web bekeken wordt in plaats van via een programma, zoals Outlook, bekeken wordt.
Een webpagina is een pagina van een website.
Een webservice is een applicatie dat via het web communiceert. Webservices worden vaak gebruikt voor het samenvoegen van verschillende diensten (mash-ups).
White Hat SEO (ook wel whitehat SEO) betekent: ethisch verantwoorde SEO. SEO die strookt met zoekmachine richtlijnen. Het tegenovergestelde is Black Hat SEO.
Een widget is een stukje code, vaak JavaScript, dat gebruikt kan worden om informatie van een andere website op te halen en te tonen. Een bekend voorbeeld van een widget is de YouTube embedded video player. Iedereen kan met een stukje code een YouTube filmpje op zijn of haar pagina zetten.
Het World Wide Web is: alle aan een elkaar gelinkte websites. In de volksmond wordt het WWW ook wel "het web" genoemd.
WYSIWYG staat voor What You See Is What You Get, een term die vaak in combinatie met een editor gebruikt wordt. Een WYSIWYG editor is een editor waarvan het resultaat direct zichtbaar is.
XHTML staat voor eXtensible Hypertext Markup Language. XHTML is een variant van HTML, die browsers laat weten hoe zij de verschillende elementen van een webpagina moeten weergeven.
XML staat voor eXtensible Markup Language. XML is een bepaalde manier om gegevens gestructureerd vast te leggen. XML wordt in Web 2.0 applicaties vaak in combinatie met JavaScript gebruikt, zie ook: AJAX.
Een Search Engine of Zoekmachine is een website zoals Google die gebruikt kan worden om miljoenen webpagina's te doorzoeken op inhoud. Tegenwoordig maakt 92% van de zoekende internetgebruikers gebruik van Google.